Home

“In order to write about life first you must live it.” – Ernest Hemingway

  • Met de trein naar huis

    Met de trein naar huis
              
              Hitte uit de talloze gaten
              botst en springt met de koude,
              gillende kinderstemmen,
              
              een elektronisch geluid zwelt
              als tranen vanuit de hel,
              ze spelen op, vanuit
              
              het rusteloze dier,
              eentonig geruis,
              doet denken verstillen,
    
              en leidt de weg naar huis.
    

    Ik verlaat de wachtzaal, terwijl een vrouw vlak voor mij de deur laat toevallen. Sleurend met pak en zak wacht ik op het perron. Een elektronische stem vertelt dat de trein is verlaat en hoe het komen zal dat ik ook de volgend aansluiting zal missen. Ik zal laat aankomen bij mijn ouders thuis. Zoals altijd op vrijdagavond.

    Kinderen spelen, lopen rond en kruipen onder papa’s benen, duwen elkaar van het perron, geen angst om te worden overreden. Die angst heb ik blijkbaar alleen in hun plaats. Ik richt mijn ogen op een oude pot met groen mos en een cactus middenin, trots rechtop als het eenzame geërecteerde ding dat zich laat bevredigen door de wild stoeiende wind.

             Een grote dame kan mijn vreemde gedrag,
             maar niet verklaren,
             wanneer ik met eindeloze blik,
             naar die vieze oude pot zit te staren.
    

    Het ijzeren wrak stopt en trekt me binnen.

    Weerom kinderen, onschuldig roepend op papa en pepé en ik denk, ja, ik wil later veel kinderen. Ik zal deze vergrijsde wereld bevolken met kinderen, jong bloed om de verzuring tegen te gaan. Terwijl ik uit het raam staar zie ik plots dat ik geen ogen meer heb, alleen 2 zwarte gaten, leeg en zielloos… Ik krijg het warm en koud, zweet houdt me gevangen, mijn hart bonst mateloos, ik tracht te blijven ademen, enkel maar ademen, probeer te denken aan mijn kamertje, waar ik zal praten met flikkerende beelden die het lege gevoel volume moeten geven.

    Ik kijk naar mezelf, om stilaan te vervreemden, niet meer te weten wat en waarom ik denk en ben.

  • The end of my acting career

    The end of my acting career

    My fingertips were chapped and my eyes half cut out by the cold, dangling from flexible stalactites as I reached my dorm, cursing. Just back from acting class.

    We were about to start rehearsals, because on Friday (the thirteenth) we would perform. Now it was important that we rehearsed every night. But three of them, from what we considered the hard core, didn’t show up. Devastated, we sank even deeper into this dismal carnage. Instead of a party mood, there was this funeral mood. We all tried to smile, and sarcasm was supposed to comfort us:
    ‘Good for the reputation,’ said our two sympathetic acting teachers.
    ‘Good that we announced it sober, now we can cancel it sober.’

    Before we fully realized it, we were back in the theatre café, the cross-cultural semi-intellectual bar we had rebranded as our regular pub during this slimming course.

    I took, as intended for the new year, a non-alcoholic drink, hot chocolate. Poor idea, I immediately ran to the toilet, licking my burnt tongue under running water.

    I started these classes because of the stories and inspiration it could give me, writing can be improved by playing scenes with others in words from others. But so far, this experience.

    An anti-climax put its end to this performance, the performance that was supposed to be called ‘Suffering’. And our suffering was empty. Stranded and landed in a pointless place. The theatrics became realistic and translated some of the emptiness I found myself in. It was time to fill that emptiness, but how?

    Myrna Loy in The Mask of Fu Manchu (1932)
  • De laatste theaterles

    De laatste theaterles

    Mijn vingertoppen waren gesprongen en mijn ogen half uitgesneden door de koude, ze bengelden aan flexibele stalactieten toen ik vloekend mijn kot bereikte. Net terug van de theatercursus.

    We startten met repeteren nu we de teksten kenden, want vrijdag (de dertiende) zouden we optreden. Het was belangrijk dat we iedere avond oefenden. Maar er waren er drie, van wat we als de harde kern beschouwden, niet komen opdagen. Gesneuveld, we zonken nog dieper weg in dit troosteloos bloedbad. In plaats van een feeststemming was er een begrafenisstemming. We trachtten allen nog wat te glimlachen en sarcasme moest ons troosten:

    ‘Goed voor de reputatie’, zeiden onze twee sympathieke acteurs.
    ‘Goed dat we het sober aankondigden, nu kunnen we het ook sober afzeggen.’

    Voor we het goed en wel beseften zaten weer in het theatercafé, de interculturele semi-intellectuele bar die we gedurende deze afslankcursus tot stamkroeg hadden omgedoopt.

    Ik nam, zoals voorgenomen voor het nieuwe jaar een niet alcoholische drank, hete chocomel. Slecht idee, ik rende meteen naar de wc, likkend met de verbrande tong onder stromend water terwijl voorbijgangers me aanstaarden.

    Ik nam deze lessen vanwege de verhalen en inspiratie die het me kon geven, je schrijven kan verbeterd worden door scènes te spelen met anderen in woorden van anderen die je leren hoe wel of niet te leven en te handelen, vaak in sober en krachtig proza. Een taal die je dan als acteur naar je hand zet en speelt vanuit je personage, om zo een gelaagdheid te creëren die het alledaagse overstijgt, kunst met de grote K. Net als schrijven, en kunnen de kunsten elkaar zo bestuiven. Alleen duurde deze ervaring minder lang dan gehoopt.

    Een anticlimax bracht een einde aan deze voorstelling, de voorstelling die ‘Leed’ moest heten. En ons leed was leeg. Gestrand en beland op een zinloze plek. Het theatrale werd realistisch en vertaalde een deel van de leegte waarin ik me bevond. Het werd tijd om die leegte te vullen, maar hoe?

  • try

    this is a new era
    of throwing back the lines
    of hunting sharks
    and counting crows

    this is a new era
    where I will find my soul
    craving inside as a little boy
    where I will decide how to
    listen to the earths voice

    this is an era
    when shit will happen
    and (in)humanity isn’t
    so far away

    this is an era
    when we will learn
    how to break its raging rhythm
    and try to become, in pace

    (please, try harder)

  • No more

    No more

    I decided to stop boozing. Not that I drink so terribly much, but sometimes I have those escapades that end up a bit too heavy for me – then I start drinking and stop only when I’ve ended up somewhere knocked out. So, no poison cups to temporarily disable my consciousness. No pilgrimages along city streets in search of mind-numbing substances. How can I ever get more than a few short scribbles on paper when my brain is paralysed and my liver groans that I only have a few years left that way. I am not Bukowski, and he too stopped and started writing at some point.

    This I decided, sinking under the foam, of a nice hot bath.

    I said to myself: ‘pubs and beer are a system, invented by the system, to be able to forget that cursed day-to-day system.’

    Many times I failed at that, for a while I succeeded, but it still gnaws at me. You begin to attach yourself to the café scene like a lifeline, only to feel even more miserable after it, renouncing all that seems like ambition. There must be another way to, firstly, find your happiness and, secondly, isolate yourself from the world’s worries for a while. A way outside the system.

    I will fight any system that wants to curb my mental freedoms, I will find my own ways to be able to flip that fucking switch. Damn alcohol and narcotics. I will find a way within myself, maybe by feeling a little more and wanting less, by being. Or something like that.

    Waking in water, near the Valhalla of the smell of the old and the new.

    Photo by Mariana Montrazi @pexels
  • Echte dromers

    De maatschappij heeft geen nood meer aan dromers. Genialiteit noch creativiteit wordt toegestaan, kijk maar naar huidige (wereld)leiders. En als het zich ook maar ergens toont, straft men het af. Binnenkort is het niet meer nodig en worden zij vervangen door namaak creativiteit.

    De zogezegde dromers van nu, zijn zij die influencen, die je opdringen hoe je over wat moet dromen, en leven. Dat soort opgelegde onzin is wel hip. Dat is niet meer dromen. Dat is niet meer inspireren. Dat is zelfverheerlijking.

    Deze wereld lijkt te teren op vastgegroeide mensen, gepoot in de aarde zonder voeling met de wortels en tuk op aandacht en massa vergaren. Dingen die je in je reis tot bewustwording niet mee kan nemen. Het zijn zaken die je het gevoel geven iets waard te zijn, maar niets meer betekenen dan een kanttekening in een lange rij van zuchten.

    Zijn de dromers dan werkelijk verloren of waren ze bij voorbaat al verloren zielen? Zijn ze werkelijk nutteloos geworden in deze wereld, of hebben ze enkel nut als ze verkopen? Zijn er filosofen die mij daarop kunnen antwoorden?

    Zolang de dromers voor hun eigen illusies kiezen die niet verder rijken dan hun eigen omgeving, doen ze geen kwaad. Buiten dat het misschien niet te stroken is met kleinburgerlijke normen, omdat ze kiezen voor een eigen identiteit.

    Toch, misschien, heel misschien zijn die dromers echt wel nodig. Zijn zij niet net diegenen die de toekomst van nieuwe perspectieven voorzien, zij die strijd leveren, zonder te strijden?

    Ja, ze zijn nodig zeg ik je, in hun meest authentieke verschijning. Zij zetten pas echt dingen in beweging. Zolang ze met passie dromen, dat voor zichzelf toelaten en durven zijn.
    Lang leve de echte dromers.

  • I’m fine

    I’m fine

    The humiliated and trampled haunted my mind as I lay at the end of the stairs. After a hellish climb, I reached what looked like my grave. I wished they forced me into psychiatry and then flattened me, so I would know nothing more, a ‘Tabula Rasa’. Fucking nothing more. The Tao physically implanted so that I can also mentally be nothing and everything, so the furious rhythm will stop racing through my brain.

    ‘Let’s learn to enjoy the pain first, only then we will be happier!’ I don’t participate. Kiss them … once again my reflections see through me and leave me as an empty shell. Then there’s the boos, the shit, because, you don’t know, don’t want to feel anymore. ‘Cause it eats at you, the invisible, that which you lost somewhere along the way.

    The rawness of my guts were still swimming across the floor when she called, the lady from the market, the lady with whom souls clicked, my male-slash-female counterpart.

    Where the fuck were my glasses! Gone. Shit, probably lost along the way, when I banged my bike on a work stand of accumulated sand this morning. I smelled my breath for a moment, no, terrible, I can’t receive anyone like that. Glance in the mirror, my eyes dark and sunken away, like a mime whose make-up has come off during the rain.

    I stumbled downstairs.

    She stood there with a wide smile, which quickly subsided when she saw me.

    I told her: ‘Mmh, mmh come back tomorrow.’

    She nodded, said nothing more, and left. She probably smelt the reek of destruction from my mouth. She with whom I had been verbally intimate disappeared into the mist before my eyes. Intimate in thought. She didn’t come back.

    A failed gem escaped from my mind, I scribbled it up and then threw it away.

        I was so cracked up that I
        crawled on my knees 
        and begged
        - please, help me
        but there was no one
        who listened
        melancholia isn't sexy
        a voice said to me
    

    Alone and pitiful I nestled in a pool of muck, what I was already thinking, I became intense.

    ‘I’m a loser baby so why don’t you kill me?’ rattled Beck.

    Monotonous drivel. Stop. Damn Irish beer. Now, clean up, the venom I’ve had to bear and cast out this week.

    ‘All I wanna do is have some fun,’ moaned Sheryl Crow.

    Despite an extreme form of biological cleansing, I still felt bad.
    It’s apparently deeper than my stomach.

    End of love interest 3001.

  • Het gaat goed met me

    De vernederden en vertrapten spookten door mijn gedachten en ik lag aan het uiteinde van de trap. Na een helse beklimming bereikte ik wat leek op mijn graf. Ik wenste dat ze me platspoten zodat ik niets meer zou weten, een ‘Tabula Rasa’. Fucking niets meer. De Tao fysiek ingeplant, zodat ik ook mentaal “vide” kan zijn en alles stopt, wat in een hels ritme door mijn brein raast.

    Dan is er nog de drank, omdat, je het niet meer weet, niets meer wil voelen, niets meer wil weten. Omdat het aan je vreet, het onzichtbare, dat wat je ergens onderweg verloor.

    De rauwheid van mijn ingewanden zwommen nog over de vloer toen ze belde, de dame van de markt, de dame waarmee de zielen klikte, mijn mannelijke-slash-vrouwelijke wederhelft.

    Waar was mijn bril?! Weg. Shit, wellicht onderweg verloren toen ik deze ochtend met mijn fiets op een werkstand met opgehoopt zand knalde. Ik rook even naar mijn adem, vreselijk, zo kan ik niemand ontvangen. Blik in de spiegel, mijn ogen donker en weggezakt, als een mimespeler wiens schmink is uitgelopen tijdens de regen.

    Ik strompelde naar beneden.

    Ze stond er met een brede glimlach, die snel oploste toen ze mij zag.
    Ik zei haar ‘Mmh, mmh kom morgen nog maar eens terug.‘

    Ze knikte, zei niets meer en ging weg. Ze rook waarschijnlijk het verderf uit mijn bek. Zij met wie ik verbaal intiem was geweest verdween in de mist voor mijn ogen. Intiem in gedachten.

    Een mislukte kleinood ontsnapte uit mijn hoofd, ik krabbelde het op en smeet het daarna weg.

            Ik was zo gekraakt dat ik

            op m’n knieën kroop
            en smeekte

            neem me mee

            zelf ben ik te laf
    maar niemand

            luisterde, dat
    was mijn straf.

    Alleen en zielig nestelde ik me in een poel van drek, wat ik dacht, was ik nu intens.

    ‘I’m a loser baby so why don’t you kill me?ratelde Beck.

    Eentonig gezever. Stop. Vervloekt Iers bier, alweer ’n desillusie.
    Behangen en opkuisen moest ik, het venijn dat ik deze week droeg en heb uitgeworpen.

    ‘All I wanna do is have some fun,‘ kreunde nu Sheryl Crow.

    Ondanks een plots opkomende extreme vorm van biologisch reinigen, voelde ik me nog slecht.

    ’t Zit blijkbaar dieper dan m’n maag.

    Einde liefdeshistorie 3001.

  • Off the road

    To
    another job
    another province
    even another country
    or another person

    is not what I want
    when I haven’t neatly
    lost what I had to leave
    to be
    – different

    and then I move on
    to god-knows-where
    with god-knows-who
    in a godforsaken place
    because I have to be there

    the universe holds it in its arms
    everything that is nothing
    so that I can lose it
    and it weighs less
    – than I thought

    the way to the new
    the infinite, so you wish
    is not far away, it is within you
    and in everything you see, it’s there
    whether you’re gone or not

    so I’m going to cross this road
    as long as I have to
    without any garbage
    and a handful of
    so called

    – wisdom?

  • Wu Wei Woman

    Wu Wei Woman

    She sat there with eyes
    deep and bright
    in dark make-up

    to be with her
    is to get her attention
    while she’s hunting herself

    I dropped my fingers,
    what was the point of writing
    as she sat here before me


    she told me about Wu Wei
     – without knowing what it was
    how she kept her distance

    in order to move on
    to survive that dark night
    even though you wait

    an awfully long time
    for the train to come
    she smiled, she stood up

    and left me with a hunger
    I didn’t expect for a long time
     – something you once had and lost

    and everything, everything
    you longed and wished for
    is nothing, except… that.

    – Her mirror, lay open
    away was my Wu Wei –

    Frame out of Strangers on a Train

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑